donderdag 16 april 2015

Regeling AO/IC AWBZ Zorgaanbieders


Regeling AO/IC AWBZ-zorgaanbieders
Een artikel dat ik al eerder geschreven heb, destijds voor de site juridische kwaliteitszorg.nl.
Genoemde regelingen zullen vernieuwd zijn, maar de rest is nog steeds actueel.
 
De zorginstellingen, die AWBZ-zorg leveren, zijn vanaf 2005 verplicht om hun Administratieve Organisatie en Interne Controle in te richten volgens de “Regeling AO/IC AWBZ-zorgaanbieders”. Regeling CA/NR-100.92, site www.nza.nl.
Zorginstellingen zijn volgens deze regeling verplicht om te voldoen aan de volgende eisen:
1.    Een juiste, volledige en tijdige vastlegging van de productiegrootheden;
2.    Een juiste vastlegging in het cliëntzorgdossier;
3.    Een controle op de juistheid van de verantwoorde productie;
4.    Een juiste, volledige en tijdige facturering van de geleverde productie door de zorginstelling aan het zorgkantoor.
De zorginstelling, die haar administratieve organisatie en interne controle heeft ingericht volgens de eisen gesteld in bovengenoemde regeling, zal dan de volgende gewenste situatie laten zien:
·      Het is onmogelijk om (m.u.v. crisiszorg) zorg te ontvangen zonder dat eerst de intakeprocedure bij het zorgkantoor voor het ontvangen van zorg is afgerond;
·      Een cliënt kan dan alleen zorg ontvangen met een geldige indicatie, verleend door het CIZ (Centrum Indicatiestelling zorg);
·      Er bestaat een adequate beschrijving van de AO/IC rondom het proces van de productieregistratie;
·      Alle medewerkers, die betrokken zijn bij de intake en opname van cliënten, zijn bekend met de betreffende procedures;
·      Er is een geformaliseerde interne controlefunctie ingericht in de organisatie;
·      De geleverde zorg aan cliënten is in overeenstemming met het indicatiebesluit;
·      Alleen de overeengekomen zorg wordt verleend aan de cliënt;
·      Er wordt daadwerkelijk zorg verleend voor alle aanwezige indicaties;
·      De aanwezige controlemaatregelen in en rondom het (geautomatiseerde) productieregistratiesysteem zijn beschreven;
·      De uitvoering van de controlemaatregelen is voldoende zichtbaar gemaakt en gedocumenteerd;
·      De productieregistratie bevat alle volgens de regeling AO/IC verplichte elementen evenals de cliëntzorgdossiers.
·      Er wordt periodiek gecontroleerd of de geleverde zorg nog steeds past binnen de indicatie;
·      Er wordt eerst een passende indicatie aangevraagd bij het ontstaan van een uitbreiding van de zorgvraag, voordat er meer zorg wordt geleverd.
Voor meer informatie verwijs ik naar de site van de NZA, www.nza.nl.
In een volgend artikel zal ik beschrijven welke gegevens dienen te worden vastgelegd in de productieregistratie en cliëntzorgdossiers.

maandag 23 maart 2015


Contractbeheer  
 Heeft u inzicht in uw contracten? Weet u wat de afspraken zijn, die uit die contracten volgen? Welke acties vragen die contracten en wie is daar verantwoordelijk voor? Hoeveel contracten heeft u lopen en wanneer lopen deze contracten af? Weet u wat uw contracten kosten?
Kunt u antwoord geven op deze vragen, dan heeft uw organisatie een contractenregister en doet uw organisatie aan contractbeheer. Wanneer u daar geen of een moeizaam antwoord op kunt geven, is het volgende artikel interessant.
In dit artikel komt aan de orde wat contractbeheer is, waarom contractbeheer belangrijk is. En hoe u met contractbeheer risico’s en kosten kunt vermijden of beperken.

Wat is contractbeheer?
Contractbeheer is het fysiek en digitaal beheer van contracten, zodat de juiste informatie op het juiste moment op de juiste plaats beschikbaar is.
Dat wil zeggen dat u op één plek alle relevante gegevens over elk contract systematisch in een databank registreert.
En niet alleen contracten registreren, maar daar ook informatie over die contracten uit kunnen halen. Zoals bijvoorbeeld: wat zijn de afspraken uit dit contract, wie in de organisatie is verantwoordelijk voor de nakoming van dit contract, wanneer loopt dit contract af.

Waarom is contractbeheer belangrijk?
Een goede registratie voor contracten is kostenbesparend. U ziet welke contracten zijn afgesloten, zodat dubbele contracten over hetzelfde onderwerp worden vermeden.
Contracten worden niet eindeloos stilzwijgend verlengd, maar u bekijkt van tijd tot tijd of contracten nog nodig zijn.
Een leuk voorbeeld dat ik ergens las: een gemeente had een contract voor liftonderhoud afgesloten voor diverse panden. Door het invoeren van contractbeheer werd duidelijk dat er betaald werd voor liftonderhoud voor een pand dat allang geen eigendom meer was van die gemeente.

Kortom als u een goede contractregistratie en daarbij behorend contractbeheer hebt:
-       weet u met welke leveranciers u zaken doet en waarover;
-       weet u aan welke verplichtingen u bij elk contract moet voldoen;
-       kunt u op tijd uw contracten verlengen en ook daarover vooraf intern goed en tijdig besluiten;
-       voorkomt u dat stilzwijgend contracten worden verlengd, die niet meer nodig zijn.
Hoe zet u contractbeheer op?
Om te zorgen dat u van alle contracten alle ins en outs weet, is het opzetten van een contractenregister belangrijk én noodzakelijk.
Om een goed contractenbeheer te bereiken:
-       inventariseert u alle contracten in uw organisatie;
-       bepaalt u welke gegevens u van contracten wilt vastleggen;
-       bepaalt u welke rapportages u periodiek en automatisch uit het contractenregister wilt ontvangen;
-       legt u alle bestaande én nieuwe contracten vast in het contractenregister;
-       zorgt u er voor dat het vastleggen van een contract in het contractenregister onderdeel is van uw administratieve organisaties en procedures;
-       zorgt u er voor dat periodieke rapportages automatisch gegenereerd worden en dat dit ook deel uitmaakt van uw administratieve organisatie en procedures.
Hierdoor bespaart u kosten, weet uw organisatie het aantal contracten en het aantal leveranciers en kunt u tijdig contracten opzeggen of tijdig verlengen.

vrijdag 6 maart 2015


Compliance. Ook voor het MKB (?)  

Dit artikel beschrijft wat Compliance is, waarom compliance ook voor het MKB belangrijk is en hoe organisaties dit kunnen bereiken.

Wat is compliance?
Compliance is het begrip dat aangeeft dat een organisatie werkt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving.
Daarbij gaat het om regels, die voortvloeien uit de geldende wet- en regelgeving.
En daarnaast betreft het ook nog regels, die voortvloeien uit zelfregulering binnen de betreffende sector alsook uit het beleid van de onderneming en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en vastgestelde reglementen.

Compliance is vooral bekend in de financiële wereld. In financiële organisaties is veel wet- en regelgeving omgezet naar processen en procedures, die tot doel hebben de integriteit  van de financiële organisaties en de financiële markten te waarborgen.
Dit betekent voor onder andere banken, pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, hypotheekverstrekkers, dat hun processen en procedures moeten voldoen aan deze wet- en regelgeving én – niet onbelangrijk – dat deze processen en procedures op de toepassing van deze wet- en regelgeving gecontroleerd c.q. geaudit moet worden.
Nu lijkt compliance dus een onderwerp te zijn dat heel specifiek voor de financiële wereld bestemd is. Maar is dat wel zo?
Moeten niet alle organisaties, van groot tot klein, voldoen aan wet- en regelgeving?

Waarom compliance?
Compliance , voldoen aan wet- en regelgeving, is niet alleen beperkt tot de financiële sector, want op alle gebieden / facetten van het ondernemen komt wet- en regelgeving voor. Denk hierbij bijvoorbeeld aan arbeidsrecht, milieurecht, regels met betrekking tot tot in- en uitvoer, Btw-regels
Daarnaast heeft ieder bedrijf nog zijn eigen interne beleid en daarvan afgeleide regels en willen of moeten deze bedrijven ook voldoen aan regels van bijvoorbeeld hun branchesector, hun afnemers wat betreft bijvoorbeeld keurmerken of regels van MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen).

Hoe kun je compliance bereiken?
Hoe zorg je er ook als kleine onderneming er voor dat je goed en makkelijk kunt voldoen aan al die wet- en regelgeving?
Dat hoeft niet moeilijk of lastig te zijn:
-       Zorg dat je inzicht hebt in de bedrijfsprocessen en de administratieve organisaties: zowel de primaire processen  alsook de ondersteunende of secundaire processen;
-       Dat inzicht verkrijg je door alle processen te beschrijven;
-       Zorg ervoor dat alle  processen geïntegreerd worden beschreven, zo zorg je dat de onderlinge samenhang van processen duidelijk wordt;
-       Loop de processen na of er en waar er wet- en regelgeving nodig is en neem dit op in de procesbeschrijving;
-       Zorg er daarnaast ook voor dat gewijzigde of nieuwe wet- en regelgeving, daar waar nodig, in de processen worden opgenomen;
-       Zorg er tevens voor dat het proces van bijhouden van gewijzigde en nieuwe wet- en regelgeving ook deel uitmaakt van de geïntegreerde procesbeschrijving.
Op deze wijze zorg je er als organisatie voor dat de administratieve organisatie beschreven is en dat het duidelijk is op welke wijze je aan wet- en regelgeving voldoet en dus compliant bent.

maandag 30 juni 2014

Auteursrecht


Het bestuur van een stichting wilde een visitekaartje maken. De bedoeling hiervan was dat dit aan bijvoorbeeld geïnteresseerde vrijwilligers of sponsoren konden worden gegeven, zodat die op een makkelijke manier contact met het bestuur konden zoeken. Het logo mocht echter niet geüpload worden en door een willekeurige online drukwerkleverancier gemaakt worden. Dit werd uiteindelijk gemaakt door de ontwerper van het logo.
Tegelijkertijd werd er door een zzp-er aan een ontwerper gevraagd om een logo voor haar bedrijf te ontwerpen. Na oplevering van het ontwerp, waar zij zeer content mee was, gebruikte deze zzp-er het logo overal op haar website, haar visitekaartjes en ander divers drukwerk. Op mijn vraag of haar ontwerper dat allemaal voor haar verzorgd had, antwoordde ze dat dat niet het geval was. Ze had het door haar geaccepteerde ontwerp zelf op haar website gezet en het drukwerk en de mokken naar een willekeurige online drukwerkleverancier gestuurd.
Twee ogenschijnlijk dezelfde situaties: een ontwerper die een ontwerp maken voor een opdrachtgeven, waarbij de ene opdrachtgever niet met het logo de boer op mocht en de andere opdrachtgever wel. Wat is het verschil?
Volgens artikel 1 van de Auteurswet heeft de maker van een werk, in dit geval het ontwerp van een logo, het alleenrecht op het gebruik van zijn werk. Dat betekent dat niemand het werk zonder toestemming van de maker dit mag namaken of verspreiden of gebruiken zonder zijn toestemming. Dit is het exploitatierecht.  Echter de auteur kan ook het exploitatierecht van zijn werk overdragen door middel van afspraken aan de gebruiker.
Dat betekent dat in het geval van de stichting de ontwerper het auteursrecht nog steeds bezit  en met de ontwerper moet overleggen over het gebruik van het ontwerp. In het geval van de zzp-er heeft de zzp-er met de ontwerper afspraken gemaakt over de overdracht van het auteursrecht en het daar bijbehorende gebruik , zodat zij zelf kan bepalen op welke manier her door haar gevraagde ontworpen logo wordt gebruikt.
Wanneer je dus door iemand anders een logo laat ontwerpen, spreek dan van te voren goed af hoe je het logo mag gebruiken.  

woensdag 9 januari 2013


Eigendomsvoorbehoud en pandrecht  in algemene voorwaarden: hulpmiddel bij het verzekeren van betaling van geleverde goederen

Slecht betalende klanten zijn, zeker in deze tijd, een probleem. Het is echter niet altijd mogelijk of gebruikelijk om klanten vooraf te laten betalen en daarna pas de goederen te leveren. Soms betreft het een klant, die al heel lang klant is en voorheen altijd op tijd betaalde, maar nu even niet meer.
Goede raad is duur, maar er zijn mogelijkheden om in de algemene voorwaarden bedingen op te nemen, die mogelijkheden bieden om het geld voor geleverde goederen toch te krijgen.

Een daarvan is eigendomsvoorbehoud.
Volgens artikel 3:92 BW blijft de eigenaar van de goederen, de leverancier, juridisch eigenaar van de geleverde goederen, totdat de klant de rekening betreffende die goederen heeft betaald. Omdat de leverancier nog steeds eigenaar is van deze goederen, heeft deze het recht de goederen terug te halen bij de klant, wanneer die niet betaalt.

Dit kan onder de volgende voorwaarden:
-        het eigendomsvoorbehoud moet schriftelijk zijn overeengekomen ofwel in de koopovereenkomst ofwel in de algemene voorwaarden;
-        de geleverde goederen moeten bepaalbaar of identificeerbaar zijn;
-        de geleverde goederen mogen nog niet verwerkt zijn in nieuwe producten; en
-        de geleverde goederen mogen nog niet verwerkt zijn tot nieuwe producten.
In de algemene voorwaarden kun je een dergelijk beding als volgt verwoorden:
“ Alle door de leverancier in het kader van de overeenkomst geleverde goederen blijven eigendom van de leverancier totdat de koper alle verplichtingen uit de met de leverancier gesloten overeenkomst heeft voldaan.
De door de leverancier geleverde goederen, die ingevolge het voorgaande onder het eigendomsvoorbehoud vallen, mogen niet worden doorverkocht en mogen nimmer als betaalmiddel worden gebruikt. De koper is niet bevoegd om de onder het eigendomsvoorbehoud vallende zaken te verpanden of op enige andere wijze te bezwaren.”
Het blijkt echter dat dit eigendomsvoorbehoud vaak botst met rechten van anderen, bijvoorbeeld pandhouders. Daarvoor kun je zoals hierboven beschreven in de algemene voorwaarden het beding opnemen dat de koper de goederen niet mag verpanden, totdat de koper de goederen heeft betaald.
Echter bij betalingsproblemen de koper vragen om een pandrecht te vestigen op de goederen, geleverd door de leverancier is ook mogelijk. Maar dan moet dit wel in de algemene voorwaarden vooraf zijn bedongen.
Het beding in de algemene voorwaarden kan er als volgt uitzien:
“De leverancier heeft het recht om aan de koper te verzoeken een pandrecht te vestigen op de geleverde goederen, inden de koper niet voldoet aan zijn verplichting om het volledige bedrag van de koopsom met eventueel bijkomende kosten te voldoen.”
Je hebt hiervoor wel medewerking van de koper nodig, want door levering is hij eigenaar van de goederen geworden. Het pandrecht moet gevestigd worden via een authentieke of geregistreerde onderhandse akte.  
Indien de leverancier in een dergelijke situatie een pandrecht wil vestigen op zijn geleverde, maar nog niet betaalde goederen, doet hij hiertoe een voorstel aan de koper van de goederen. Direct voordat er een incassoprocedure is gestart, danwel direct daarna. Als de koper voldoende gelegenheid heeft gehad om te betalen en dat desondanks nalaat te doen en als de leverancier dan het incassotraject opstart, is het moment aangebroken om aan de koper het voorstel tot het vestigen van het pandrecht te doen.
Het voorstel van de leverancier is dan: incassoprocedure stoppen of niet starten, als de koper akkoord gaat met een verpanding. Gaat de koper hiermee niet akkoord, dan wordt de incassoprocedure voortgezet.
Er zijn dus mogelijkheden, maar men moet het wel vooraf vastleggen.

donderdag 24 mei 2012


Juridische aspecten van  Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen – MVO

Maatschappelijk Verantwoord ondernemen (MVO) duurzaam ondernemen, cradle to cradle. Dit zijn allemaal termen, die ik de laatste tijd op diverse sites en in diverse kranten en tijdschriften lees.
De Floriade in Venlo adverteert met het cradle-to-cradle concept, diverse werving- en selectiebureaus hebben een MVOpagina op hun site, een bureau heeft zelfs een MVO-jaarverslag. Ook bij grote beursgenoteerde ondernemingen zie je op hun website pagina’s over Maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Wat is dan Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen? Het roept bij mij een aantal vragen op, die ik in dit artikel wil beantwoorden.

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen: een definitie

Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) neemt een bedrijf, volgens MVONederland,  de verantwoordelijkheid voor de effecten van de bedrijfsactiviteiten op mens en milieu. Het bedrijf maakt bewuste keuzes om een balans te bereiken tussen People, Planet en Profit.
Een andere vergelijkbare definitie uit het preadvies van de NJV van 2010 zegt dat “MVO de verantwoordelijkheid is van de ondernemer om in zijn ondernemen te voldoen  aan de gerechtvaardigde verwachtingen van de samenleving ten aanzien van de maatschappelijke gevolgen van zijn ondernemen, zoals economische, sociale  en milieu gevolgen , voor alle stakeholders.”

Maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat dus over ondernemen. Ondernemen is het voor eigen rekening en risico drijven van een onderneming gericht op de productie van goederen en diensten welke zijn gericht op een duurzame verwerving van inkomen.  Ondernemen volgens MVO houdt dan dus in om producten en diensten te leveren op een zodanige manier dat zij de negatieve effecten die zij veroorzaken op het gebied van milieu, mens en maatschappij proberen te verminderen en zelfs weg te nemen en hierover verantwoording af te leggen. Dit doet de ondernemer niet alleen, maar doet dit in overleg en/of in samenwerking met diverse stakeholders, zoals bijvoorbeeld aandeelhouders, klanten, leveranciers, overheden.

Juridische aspecten van MVO

Bij MVO gaat het om een bovenwettelijk kader voor ondernemingsactiviteiten. Vrijwilligheid staat hierbij voorop. MVO heeft desondanks juridische aspecten, want MVO is ondernemen op een manier die fatsoenlijke en netjes is en zo ook door de maatschappij wordt ervaren. Het gaat om normen en waarden waaraan de bedrijven willen voldoen. En hoewel er geen wetgeving is met betrekking tot MVO, bestaan er wel diverse normen met betrekking tot MVO in geschreven en ongeschreven rechtsregels en in alternatieve vormen van regelgeving.
Corporate governance is de wijze waarop een onderneming goed, efficiënt en verantwoord geleid wordt alsmede het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid richting belanghebbenden, waaronder de aandeelhouders, werknemers, afnemers en de samenleving als geheel.
Zo moeten met name beursgenoteerde ondernemingen voldoen aan de zogenaamde Corporate Governance Code, waarin MVO een onderdeel uitmaakt.

Corporate Governance Code
De Nederlandse Corporate  Governance Code is van toepassing op Nederlandse beursvennootschappen.
De code bevat zowel principes als concrete bepalingen (best pratice bepalingen) die de bij een vennootschap betrokken personen (onder andere bestuurders en commissarissen) en partijen (onder andere institutionele beleggers) tegenover elkaar in acht zouden moeten nemen.
De principes kunnen worden opgevat als de moderne, en inmiddels breed gedragen, algemene opvattingen over goede corporate governance. De principes zijn uitgewerkt in concrete best pracice bepalingen.  Deze bepalingen creëren een zekere normstelling voor het gedrag van bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. Zij geven de nationale en internationale ‘best practice’ weer en kunnen worden opgevat als een nadere invulling van de algemene beginselen van goede corporate governance.
De vennootschap vermeldt elk jaar in haar jaarverslag op welke wijze zij de principes van de code in het afgelopen boekjaar heeft toegepast.
 De code is onderverdeeld in vijf hoofdstukken:
I) naleving en handhaving van de code;
II) het bestuur;
III) de raad van commissarissen;
IV) de (algemene vergadering van) aandeelhouders;
V) de audit van de financiële verslaggeving en de positie van de interne audit functie en van de externe accountant.

Hoewel, behalve bij de grote beursgenoteerde ondernemingen, er dus nog geen wettelijk kader bestaat om MVO af te dwingen bij de andere bedrijven, doen veel andere bedrijven toch op de een of andere manier aan MVO, bijvoorbeeld in de vorm van milieukeurmerken, voldoen aan duurzaam inkoopbeleid van de overheid, meewerken aan goede doelen of aan andere onderwerpen die te maken hebben met maatschappelijk verantwoord ondernemen.

donderdag 26 januari 2012

Nadeelcompensatie in de Algemene Wet bestuursrecht (Awb)


In mijn vorige artikel heb ik geschreven over schadevergoeding  bij overheidshandelen. Dit ging zowel over zowel rechtmatige alsook onrechtmatige besluiten en/of handelingen van de overheid.
Op dit moment is het volgende wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer: “Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met bepalingen over nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten”, de “Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten”.

Dit wetsvoorstel regelt 2 onderwerpen met betrekking tot overheidsaansprakelijkheid bij besluiten en/of handelingen van overheidsinstanties:
1.       Nadeelcompensatie: schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen
2.       Schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsdaad.
Over het eerste onderdeel: “ Nadeelcompensatie: schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen” gaat dit artikel.

Schadevergoeding bij rechtmatig overheidshandelen
Dit is van toepassing op schade, die veroorzaakt wordt in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. Dit betekent dat schade kan worden geleden zowel door rechtmatige besluiten alsook door rechtmatige feitelijke handelingen naar aanleiding van die besluiten.  In die gevallen kan een burger of ondernemer een schadevergoeding vragen bij het betreffende overheidsorgaan. Men spreekt dan over nadeelcompensatie.
Uiteraard hoeft niet altijd alle schade, die veroorzaakt wordt door rechtmatige besluiten en/of handelingen, (geheel) vergoed te worden. Dat overheidsingrijpen nadelige gevolgen kan hebben voor sommige burgers en ondernemers,  is helaas onvermijdelijk.  Tot op zekere hoogte moeten deze gevolgen dus worden geaccepteerd. Maar daar waar burgers en ondernemers door dergelijke besluiten en/of handelingen onevenredig zwaar worden getroffen in vergelijking met anderen, dient er wel sprake te zijn van een schadevergoeding ofwel nadeelcompensatie.

Nadeelcompensatie is een verzamelbegrip voor vergoedingen, die een overheidsorgaan uitkeert aan (rechts-)personen die schade lijden ten gevolge van een op zichzelf rechtmatig optreden van de overheid. De gedachte hierachter is dat een bepaald schadeveroorzakend handelen van de overheid weliswaar in het algemeen belang noodzakelijk kan zijn, maar toch niet zonder dat degenen die door dat handelen onevenredig zwaar worden getroffen een compensatie voor schade ontvangen.
De wettelijke grondslag voor nadeelcompensatie wordt gevormd door de Algemene wet bestuursrecht en het égalitébeginsel. Daarin is bepaald dat er een rechtmatige belangenafweging moet plaatsvinden en dat er een compensatie moet worden aangeboden, indien en voor zover een burger of rechtspersoon onevenredig zwaar wordt getroffen in vergelijking met anderen die in een vergelijkbare positie verkeren.

Huidige situatie
In de huidige situatie bestaat er geen algemene wettelijke grondslag op grond waarvan een overheidsorgaan schadevergoeding uitkeert op grond van het égalitébeginsel als gevolg van rechtmatig overheidshandelen.
Wel bestaan er diverse nadeelcompensatieregelingen. In enkele bijzondere wetten bestaan bepalingen op grond waarvan onevenredige schade, veroorzaakt door bepaalde overheidsbesluiten en/of overheidshandelingen, voor vergoeding in aanmerking komt. Bijvoorbeeld in de wet Milieubeheer. Daarnaast bestaan er diverse beleidsregels, zoals bijvoorbeeld de Regeling Nadeelcompensatie Verkeer en Waterstaat, die dit ook regelen.

Is er echter geen specifieke nadeelcompensatieregeling, dan kan een burger of ondernemer, die schade lijdt, ook aanspraak maken op schadevergoeding wegens rechtmatig overheidshandelen. In sommige gevallen hanteert het bestuursorgaan dan het evenredigheidsbeginsel dat in artikel 3:4, lid 2 Awb staat. (De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.)Het besluit is rechtmatig wanneer de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn met de met het besluit te dienen doelen.
Maar dit artikel is niet geheel van toepassing op het égalitébeginsel, namelijk de onevenredige benadering van de ene burger of ondernemer ten opzichte van anderen; die wordt niet met dit artikel  bedoeld.

In al deze gevallen kan alleen een schadevergoeding worden gevraagd, indien de schade is veroorzaakt door een appellabel besluit en/of handeling of indien een wettelijk voorschrift of een behoorlijk bekendgemaakte beleidsregel daarvoor een grondslag geeft. Dat wil niet zeggen dat er dan geen mogelijkheden zijn tot schadevergoeding, maar daartegen kunnen dan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend. Wel kan men dan een verzoek tot schadevergoeding aanhangig maken bij de civiele rechter. In een dergelijk geval stelt men dan dat het toebrengen van onevenredige schade een overigens rechtmatige overheidshandeling onrechtmatig maakt. Men vordert dan schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). De civiele rechter zal hier echter alleen inhoudelijk over oordelen, indien de schadeoorzaak een handeling is waartegen geen bestuursrechtelijk rechtsgang (meer) openstaat of heeft opengestaan.

Hoofdlijnen nieuwe situatie
In het wetsvoorstel wordt het égalitébeginsel als grondslag gecodificeerd.
Dit beginsel is de belangrijkste grondslag voor een verplichting tot vergoeding van schade door rechtmatig overheidshandelen en is zowel in de bestuursrechtelijke alsook in de civielrechtelijke rechtspraak erkend als algemene rechtsgrondslag voor nadeelcompensatie voor besluiten die niet zijn gebaseerd op een specifieke wettelijke grondslag.
Het algemene rechtsbeginsel “égalité devant les charges publiques” ofwel gelijkheid van openbare lasten werd in de jurisprudentie als volgt geformuleerd: “Eén van de verschijningsvormen van het gelijkheidsbeginsel is de regel dat de onevenredig nadelige, - dat wil zeggen: buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende, en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende – gevolgen van een overheidshandeling of overheidsbesluit niet ten laste van die beperkte groep behoren te komen maar gelijkelijk over de gemeenschap dienen te worden verdeeld.”
Dit égalitiébeginsel wordt in het nieuwe voorgestelde artikel 4.126, lid 1 Awb als volgt gecodificeerd:
“Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe.”

Verder is de voorgestelde titel 4.5 “Nadeelcompensatie” van toepassing indien de schade wordt veroorzaakt in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak. Dat betekent dat zowel schade door rechtmatige besluiten als schade door rechtmatige feitelijke handelingen onder het bereik van de regeling valt. Het égalitébeginsel geldt ongeacht de aard van de overheidshandeling die de gestelde schade heeft veroorzaakt. Artikel 4:126 brengt voorts mee dat de beslissing omtrent nadeelcompensatie in alle gevallen moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb. Dit betekent dat de beslissing omtrent nadeelcompensatie wordt neergelegd in een besluit van een bestuursorgaan. Is de benadeelde het niet eens met dit besluit, dan is bezwaar en vervolgens beroep op de bestuursrechter mogelijk.

Het wetsvoorstel  “Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten” beoogt met betrekking tot de nadeelcompensatie bij rechtmatig overheidshandelen tot codificatie van de jurisprudentie over nadeelcompensatie bij rechtmatig overheidshandelen.